zaterdag 25 juni 2011

Antoni Gaudi

Gaudi is op 25 juni 1852 in de Catalaanse stad Reus geboren, alhoewel andere bronnen beweren dat hij in het nabijgelegen Riudoms geboren is. Zijn vader was een onbemiddelde kopersmid. Sinds zijn jeugd leed Gaudi aan reuma.

Op zijn zeventiende trok hij naar Barcelona om er architectuur te studeren aan de Escola Superior d'Arquitectura. Om in zijn levensonderhoud te voorzien had hij bijbaantjes bij architecten in de stad. Gaudi was geen goede student maar viel op door zijn eigenzinnigheid. Zo tekende hij bij zijn afstudeerproject "voor de sfeer" een volstrekt irrelevante lijkwagen op een bouwtekening van een poortgebouw van een begraafplaats. Bij zijn diploma-uitreiking in 1878 zei de directeur Elie Rogent: "He aprobado a un loco o a un genio", "Ik heb een dwaas of een genie laten slagen". Niettemin leefde hij alleen voor zijn werk. Hij huwde nooit, hoewel een gerucht zegt dat hij rond 1884 verloofd was.

In Gaudi's jonge jaren ging het de stad Barcelona voor de wind. De rijke intelectuele burgers omringden zich graag met kunstenaars en Gaudi begaf zich in deze kringen. Hij ontwikkelde een anti-kerkelijke houding en was begaan met de arbeiders. Eén van de bouwstijlen die in de belangstelling stonden, was de gotiek. Gaudi nam de architectuur uit het verleden niet klakkeloos over maar gebruikte het ter inspiratie. De interesse voor de gotiek had een politieke achtergrond. Catalonië bloeide economisch, maar werd politiek overheerst door Castilië (Madrid). Onderwijs in het Catalaans was verboden. Gaudi, die fervent Catalaans was, sprak zoveel
mogelijk Catalaans, ook als dat dan voor anderstalige bouwvakkers vertaald moest worden. Het gevolg was dat Gaudi in zijn leven slechts één keer een prijs kreeg, voor het relatief conventionele Casa Calvet. Hij schijnt onder deze miskenning geleden te hebben.

Casa Calvet
Vreemd genoeg kreeg Gaudi al voordat hij naam maakte een grote opdracht. In 1881 kocht een vereniging in Barcelona grond, waarop zij een kerk wilde bouwen ter ere van de Sagrada Familia (Heilige Familie). De opdracht ging eerst naar de Paula del Villar, voor wie Gaudi in zijn studententijd werkte. Deze trok zich na het begin van de werkzaamheden terug. Joan Martorell, een bekende van Gaudi en qua Neogotiek dé Catalaanse architect, zou de leiding overnemen, maar weigerde. Waarom de onbekende Gaudi in 1883 de opdracht kreeg, is niet duidelijk.

Zoals vermeld kon de overheid Gaudi's werk zelden waarderen, maar er waren genoeg anderen die dat wel deden, zoals textielmagnaat Eusebi Güell i Bacigalupi. Güell was een typische mecenas, iemand die kunstenaars in zijn huis ontving en ondersteunde. Op het moment dat de zakenman Gaudi leerde kennen, had Gaudi nog maar weinig gepresteerd. Güell baseerde zijn waardering vooral op de ontwerpen die hij tijdens de wereldtentoonstelling van 1888 had gezien. Voor Güell realiseerde Gaudi diverse objecten, waaronder het Palau Güell. Dit huis is een combinatie van vele stijlen. Gaudi gebruikte hier voor het eerst de parabool en kettinglijn als vorm, iets wat in zijn latere werk steeds terugkomt. De jonge architect trok met dit gebouw voor het eerst de aandacht van de pers. Aan het begin van de 20e eeuw creërde Gaudi ook het Park Güell met de slangenbank van mozaïk.


Ingang Park Güell

Gaudi's belangrijkste werk is de Sagrada Familia. In 1914 besloot Gaudi alleen nog maar aan de Sagrada Familia te werken. Soms ging hij zelf langs de deuren om geld op te halen voor de bouw en in zijn laatste jaren woonde hij zelfs op het bouwterrein. Aan de kerk wordt tot op de dag van vandaag gebouwd.


Sagrada Familia

Op 7 juni 1926 wandelde Gaudi over de Gran Via de les Corts Catalanes in Barcelona. Het was een route die hij vaak volgde. Een tram reed hem aan maar stopte niet en Gaudi bleef bewusteloos achter. Het was duidelijk dat hij zwaar gewond was en men bracht hem naar een eerstehulppost aan de Ronda de Sant Pere. Taxichauffeurs weigerden Gaudi naar een kliniek te brengen omwille van zijn sjofel voorkomen. Uiteindelijk belandde hij in het Hospital de Sant Pau, toen het armenhospitaal. Omdat hij niet opdaagde op zijn werkplaats begonnen zijn medewerkers aan een zoektocht. Uiteindelijk vonden zij hem in het armenhospitaal. Hij weigerde overgebracht te worden naar een andere kliniek met de woorden:"Mijn plaats is hier, tussen de armen". Hij stierf in het hospitaal op 10 juni, om vijf uur in de namiddag. Zijn begrafenis op de 12e was een belangrijke gebeurtenis, de rouwstoet was wel een kilometer lang. Hij ligt begraven in de crypte van de Sagrada Familia.


graf Antoni Gaudi


donderdag 9 juni 2011

Voynichmanuscript


Het Voynichmanuscript is een mysterieus, geïllustreerd handschrift met een onbegrepen inhoud. Het werd in de 15e eeuw door een onbekende auteur geschreven. Het schrift, geschreven in een onbekende taal, is nog niet ontcijferd.

Het is onderwerp geweest van veel onderzoek door professionele cryptografen en amateurcryptografen, inclusief roemrijke codebrekers uit de Tweede Wereldoorlog. Geen van allen heeft ook maar een enkel woord ontcijferd. Al die mislukte pogingen hebben het Voynichmanuscript tot de Heilige Graal van de cryptografie gemaakt, maar ook het vermoeden versterkt dat het niets anders is dan een opeenvolging van betekenisloze lettertekens.

Het boek is genoemd naar de Pools-Amerikaanse boekhandelaar Wilfrid M. Voynich, die het in 1912 in handen kreeg. Op dit moment is het eigendom van de Universiteit van Yale. De eerste facsimile-editie werd uitgegeven in 2005.

Tot begin 2011 lag de enige bruikbare aanwijzing voor de ouderdom van het manuscript in de illustraties, want de tekst is niet ontcijferd en het schrift lijkt niet op iets bekends. Om die reden werd voor datering gekeken naar de kleding en de kapsels op de verschillende tekeningen in het manuscript. Deze zijn allemaal typisch Europees en volgens de meeste experts conform de kleding die werd gedragen in de periode tussen 1450 en 1520. Deze datering werd ondersteund door andere aanwijzingen. Op 9 februari 2011 meldde de Universiteit van Arizona dat door één van haar medewerkers een C14-datering op het perkament is uitgevoerd. Volgens dit bericht dateert het materiaal uit het begin van de 15e eeuw, een eeuw eerder dan  tot dan toe werd aangenomen.

Door de bizarre eigenschapen van de tekst en de tekeningen van het Voynichmanuscript heeft bij velen de overtuiging postgevat dat het om een grap (Hoax) gaat.




donderdag 28 april 2011

Operatie Manna/Chowhound

                                          


Operatie Manna was de naam van de voedseldropping in april/mei 1945, aan het eind van de Hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Deze voedseldropping was noodzakelijk geworden, omdat vele honderdduizenden Nederlanders in West-Nederland al maandenlang verstoken waren van alle soorten van voedsel, kleding en hulpgoederen.

Na maanden van overleg tussen de geallieerden en de Duitsers werd tijdens de Hongerwinter op 29 april 1945 de eerste voedseldropping voor hongerend West-Nederland uitgevoerd, die 8 dagen duurde. Hiervoor werden squadrons uit Engeland, Australië, Polen en Amerika ingezet. Bij de eerste missie vlogen 242 zware bommenwerpers van het type Lancaster naar de Nederlandse kust via een afgesproken corridor. Op 29 april 1945 werd 535 ton aan voedsel door de RAF uitgegooid. De Duitsers waren met de geallieerden overeengekomen, dat deze bommenwerpers het voedsel en de noodrantsoenen op geringe hoogte mochten afwerpen.

Met alleen voedseldroppings was men er niet, want men had bijvoorbeeld in de bij Rotterdam gelegen dropzone Terbregge al 4000 man nodig om de voedselpakketten van de velden af te halen. Dit kwam omdat er onvoldoende vervoermiddelen voorhanden waren.

In de tussentijd moest ook de USAAF in actie komen. Door slecht weer echter, konden zij pas later aan de operatie meedoen, die zij Operation Chowhound noemden. Op 1 mei 1945 stegen meer dan 400 Amerikaanse B-17 bommenwerpers op van Engeland richting Nederland. In deze 8 dagen werd meer
dan 11.000 ton aan goederen afgeworpen boven bezet Nederlands gebied.
Voor de bevolking was toen het ergste leed geleden, ook al doordat inmiddels veel voedsel per schip kon worden aangevoerd, waaronder broodmeel uit Zweden.




woensdag 16 maart 2011

Maria Sibylla Merian



Maria Sibylla Merian (1647-1717) is de belangrijkste en meest invloedrijke natuurhistorische tekenaar die in de 17de eeuw in Nederland (en Suriname) werkzaam is geweest.

Ze was de dochter van de beroemde 17de eeuwse Zwitserse graveur Matthäus Merian. Ze werd de eerste vrouwelijke entomologe in de geschiedenis en deed onderzoek naar Europese insecten. Die beeldde ze af samen met hun voedselplant, een novum in die tijd, en gaf haar aquarellen in boekvorm uit.
Even bijzonder als haar wetenschappelijke werk is haar avontuurlijke levensloop. Zo reisde zij op 53 jarige leeftijd samen met haar dochter naar Suriname om de insecten in het regenwoud te bestuderen. Ook als zelfstandig ondernemer onderscheidde zij zich van haar tijdgenoten door met haar dochters een succesvolle uitgeverij en drukkerij van boeken en prenten op te zetten. In Amsterdam, waar ze vanaf 1691 tot aan haar dood in 1717 woonde, stond ze in de Kerkstraat aan het hoofd van een eigen bedrijf. Daar kon de klant  tevens haar al of niet ingekleurde uitgaven, aquarellen, geprepareerde dieren en verfstoffen kopen.
Een sterke, zelfstandige vrouw in een door mannen gedomineerde tijd.

Nu is het bijna lente en verlangt iedereen naar de zon en voorjaarsbloemen, daarom eindig ik met een tulp (mijn lievelingsbloem) van Maria Sibylla.

zaterdag 26 februari 2011

Saartjie Baartman


Saartjie Baartman (1789-1815) was de beroemdste van tenminste twee Khoikhoivrouwen die tentoogesteld werden als attractie in Europa onder de naam Hottentot-venus in de negentiende eeuw.

Saartjie werd geboren in Zuid-Afrika. Ze was een slavin van Nederlandse boeren in Kaapstad en sprak vloeiend Nederlands. Hendrick Cezar, de broer van haar eigenaar wilde haar tentoonstellen in Londen. Hij beloofde haar dat ze hierdoor als een rijke vrouw terug  zou keren. In 1810 vertrok ze naar Londen. Saartjie werd tentoongesteld omdat blanke Europeanen haar lichaamsbouw wilden zien. Ze was namelijk erg klein, had een zwarte huidskleur, een groot achterwerk en dikke lippen, zoals vooral bij de Khoi wel meer voorkwam. Later werd ze verkocht aan een Fransman die haar meenam naar Parijs. Daar werd ze door een dierentrainer, Regu, onder slechte omstandigheden nog eens voor vijftien maanden tentoongesteld. Toen de interesse van de Parijzenaars afnam begon ze te drinken en onderhield ze zichzelf met prostitutie.

Op 29 december 1815 overleed ze aan een infectieziekte, mogelijk de pokken. Andere bronnen suggereren syphilis of een longontstekeing. Er werd sectie verricht door Henri Marie Ducrotay de Blainville die hierover ook publiceerde. Haar skelet en anatomische preparaten waren tot 1974 in het Musée de l'Homme in Parijs te zien.

President Nelson Mandela diende bij de Franse regering een officieel verzoek in om haar overblijfselen terug te brengen naar Zuid-Afrika. Dit gebeurde op 6 mei 2002. Terug in Zuid-Afrika werd ze op 9 augustus 2002 begraven in haar oorspronkelijke geboortestreek, de Gamtoos vallei. Haar laatste rustplaats is op een heuvel genaamd Vergaderingskop in de stad Hankey.

In 2010 is er een film over haar leven verschenen onder de titel Venus Noire (Black Venus) van de regisseur Abdellatif Kechiche.

vrijdag 11 februari 2011

The Nine Days Queen


Op 12 februari 1554 werd Lady Jane Grey op Tower Green, in de privacy van de Tower, met een slagzwaard onthoofd. Zij was toen slechts 16 jaar oud. Lady Jane wordt gewoonlijk niet opgenomen in de lijst van Britse vorsten, maar zij was voor korte tijd officieel wel koningin van Engeland. Ze had aanzienlijke intellectuele gaven en sprak veel talen. Haar vader Henry Grey, hertog van Suffolk en haar oom John Dudley, hertog van Northumberland besloten haar na de dood van Edward VI naar voren te schuiven als erfgename van de troon. Haar rechten op de troon berustten op het feit dat haar grootmoeder een zuster van Hendrik VIII was. De 15 jarige Jane nam na de dood van Edward zeer tegen haar zin de kroon aan en deed onmiddelijk afstand toen de partij die haar als instrument gebruikte niemands sympathie bleek te bezitten. Maria Tudor bleek populaider, gedeeltelijk ook doordat men nog steeds meeleefde met het lot van haar moeder Catharina van Aragon, de eerste vrouw van Hendrik VIII. Nadat Jane was afgetreden leek het erop dat haar leven zou worden gespaard door Maria. Janes vader verzoende zich eerst met Maria maar nam spoedig weer deel aan een opstand ten behoeve van Jane. Jane had hier geen deel aan, maar het bezegelde haar lot. Zo kwam er een einde aan haar nog jonge leven door het gekonkel en de machtspelletjes van ambitieuze mannen om haar heen. Zijzelf heeft de troon nooit gewild en noemde Maria als de rechtmatige opvolger van Edward.

zaterdag 29 januari 2011

Winter

Als het in Nederland vriest slaat de schaatskoorts toe. De schaatsen worden uit het vet gehaald en iedereen denkt aan de tocht der tochten, de Elfsteden in Friesland. Toch is dit fenomeen niet alleen van deze tijd.

In 1585 werd Hendrick Avercamp in Amsterdam geboren. Het laatste kwart van de zestiende eeuw was één van de koudste periodes van de kleine ijstijd. Avercamp is beroemd om zijn winterlandschappen, hierop staan vaak veel mensen die aan het schaatsen zijn. In zijn jeugd ging hij altijd schaatsen met zijn ouders en daar komt zijn voorliefde voor dit onderwerp waarschijnlijk vandaan.


Hendrick Avercamp heeft waarschijnlijk nooit leren praten omdat hij doof zou zijn geweest. Daarom heeft hij les gehad van zijn moeder in schrijven, maar tekenen lag hem beter. Hij groeide op in Kampen en ging op zijn 18e naar Amsterdam, daar ging hij  in de leer bij de schilders David Vinckboons en Pieter Isaacz.

Thea Beckman schreef een boek over zijn leven met de titel "De stomme van Kampen".